• coop startLeerlingen leren van en met elkaar.
    Interactie Coöperatief leren is een waardevolle aanvulling
    op klassikale activiteiten en individueel werken.
    De achterliggende gedachte is dat kinderen niet alleen leren
    van de interactie met de leerkracht.
    Kinderen ontwikkelen sociale en verbale vaardigheden en
    leren rekening te houden met de mening van anderen.
  • vindingrijkVindingRijk” is een speciale leeromgeving waarin kinderen
    die (hoog)begaafd zijn bijeenkomen om van elkaar en met elkaar te leren.
    Met name voor deze groep leerlingen is het omgaan met kinderen van een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau extra stimulerend en biedt het een bron van herkenning en erkenning.
  • Klankkasklankkast3dt het huis van Lalalorre, de letterfee en Slome slak.
    In alle groepen ½ kan je de klankkast vinden.
    De klankkast biedt de mogelijkheid om spelenderwijs
    te werken aan interactief onderwijs.

  • ogo3d
    Op de Jan Ligthartschool Rendierhof werken we volgens OGO.
    Dit houdt in dat ontwikkeling en leren plaats vinden op basis
    van activiteiten die voor kinderen persoonlijk zinvol zijn.
    Er wordt daarom vooral thematisch gewerkt en gespeeld.
  • mijnplanlogoVoor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben bij leren of
    gedrag wordt vaak een handelingsplan opgesteld.
    Evenals bij ons op school gebeurt dat op vele andere scholen.
    Maar in het opstellen van een handelingsplan samen met de leerling
    zijn we behoorlijk uniek op de Jan Ligthartschool-Rendierhof.

  • dyslexie startVanuit onze visie op onderwijs aan kinderen en ontwikkeling van
    kinderen willen we kansen benutten die zich aandienen
    om kinderen met dyslexie te ondersteunen.

    We willen ervoor zorgen dat dyslexie geen barrière vormt
    voor de optimale ontwikkeling van de leerling.
  • Taalactivering met het koffertje.sintkoffer
  • muziek startMuziekonderwijs heeft op de Jan Ligthartschool Rendierhof
    een prominente plaats.
    In de groepen 1 en 2  wordt muziek geïntegreerd aangeboden.
    Vanaf de groepen 3 hebben de leerlingen per week 40 minuten
    les van de vakleerkracht muziek die aan onze school is verbonden.
  • tehatex startIedere leerling van groep 5 tot en met 8  krijgt iedere week
    1 uur Tehatex van een vakleerkracht. 
    TeHaTex staat voor Tekenen Handvaardigheid en Textiel.
    Voor dit vak hebben we een mooi groot eigen lokaal. 

  • schrijfdans1In de groepen 1/ 2 worden kinderen voorbereid op het leren
    schrijven  aan de hand van de methode schrijfdans.

    Schrijfdans is een unieke schrijf- en bewegingsmethode
    om kinderen vlot, vloeiend en veerkrachtig te leren schrijven.
  • sova start
    Op onze school kunnen kinderen vanaf groep 5
    in aanmerking komen voor een sociale vaardigheidstraining.
    Deze training is bedoeld voor kinderen die extra
    ondersteuning kunnen gebruiken in de omgang met
    anderen en met zichzelf.

coöperatief leren

Coöperatief leren

COÖPERATIEF LEREN IN DE PRAKTIJK OP DE JAN LIGTHARTSCHOOL-RENDIERHOF.
 
 Op deze pagina vindt u naast een korte beschrijving van enkele uitgangspunten van coöperatief leren vooral veel praktijkvoorbeelden. Daarmee willen we u een indruk geven van coöperatief leren op de Jan Ligthartschool-Rendierhof.
 
coop3d
 
Coöperatief leren; een begripsomschrijving
Leerlingen leren van en met elkaar. Interactie Coöperatief leren is een waardevolle aanvulling op klassikale activiteiten en individueel werken. De achterliggende gedachte is dat kinderen niet alleen leren van de interactie met de leerkracht, maar ook van de interactie met elkaar. Kinderen ontwikkelen sociale en verbale vaardigheden en leren rekening te houden met de mening van anderen. Een coöperatieve les kun je zien als een gedeelde sturing. Leerlingen worden namelijk ook door medeleerlingen van feedback voorzien. Coöperatief leren is een onderwijsleersituatie waarin leerlingen in kleine groepjes op een gestructureerde manier samenwerken aan een leertaak met een gezamenlijk doel. Binnen coöperatief leren worden leerlingen uitgedaagd zelf initiatieven te nemen, elkaar te helpen en problemen op te lossen. Als leerkracht doe je bewust een stapje terug. Het coöperatieve werken kan op verschillende momenten in meerdere lesfasen worden ingebouwd. Door kortere of langere coöperatieve activiteiten in te bouwen, blijven leerlingen actief en betrokken bij de les. 
 
Het belang van coöperatief leren
In bijna alle advertenties voor vervulling van vacatures wordt van de kandidaten verwacht dat ze beschikken over samenwerkingkwaliteiten. Blijkbaar vinden we het van belang dat mensen in teamverband kunnen werken aan een gezamenlijke taakstelling. Als we onze pedagogische opdracht als leerkracht en school serieus nemen, dienen we ervoor te zorgen dat we leerlingen helpen om zich voor te bereiden op een volwaardige deelname aan de samenleving. Die voorbereiding vindt niet alleen thuis plaats, maar ook op school. Daarom ook is het belangrijk dat wij als school aandacht schenken aan de ontwikkeling van sociale en communicatieve vaardigheden door o.a. het gebruik van coöperatieve werkvormen.  Daarnaast bevordert coöperatief leren het pedagogisch klimaat in een klas. We proberen via coöperatief leren te bevorderen dat kinderen respectvol omgaan met elkaar, elkaar helpen en elkaar waarderen voor hun inbreng.
 
Praktijkvoorbeelden van de Jan Ligthartschool-Rendierhof
 
Binnen Buitenkring
 
beschrijving
Alle kinderen krijgen een kaartje waarop ze een vraag gaan schrijven. Een algemene vraag die je aan iedereen zou kunnen stellen en wat je graag zou willen weten van een ander. Bijvoorbeeld: ‘Wat is je favoriete vakantieland’?  ‘Vertel eens iets over het laatste boek dat je gelezen hebt’?
Vervolgens gaan de kinderen met hun kaartje in een grote kring staan, waarbij ieder een nummer krijgt, 1 en 2 om en om. De nummers 1 doen een stap naar voren en opzij en richten zich daarna met het gezicht naar de buitenkring. (de nummers 2) Iedereen staat nu oog in oog met een ander. De nummers 1 mogen de vraag van het kaartje lezen, waarbij de nummers 2 antwoord geven. De nummers 1 mogen doorvragen, maar mogen het gesprek niet overnemen. Na twee minuten wordt het stilgelegd.. De nummers 1 en 2 die tegenover elkaar staan ruilen hun kaartjes met elkaar. Alle kinderen  krijgen zo een “vreemde vraag” in handen (althans een vraag die ze zelf niet hebt bedacht). De buitenste of binnenste groep draait tegen de klok in één of meerdere plaatsen verder. De nummers 2 mogen nu hun vraag voorleggen aan een nieuwe persoon. Op deze wisseling kun je vele varianten bedenken, steeds krijg je weer een ander kind tegenover je met weer een andere vraag.
 
kortom
·         klas maakt binnen en buitenkring
·         binnenkring stelt een vraag
·         buitenkring antwoordt
·         binnenkring luistert
·         kinderen ruilen van rol en van vragenkaartjes
·         binnenkring draait met de klok mee.
 
Praktijkvoorbeeld
In groep 7A vertelt de leerkracht dat ze vandaag gaan beginnen met de binnen en buitenkring.
 Voor het bord hangt een poster waarop in stappen staat aangegeven hoe de binnen en buitenkring werkt. De leerkracht laat één van de leerlingen de werkwijze verwoorden. Al snel is er een kring gevormd in het lokaal. In de kring wordt er door de kinderen hardop geteld waardoor snel duidelijk is wie de nummers 1 en nummers 2 zijn. De nummers 1 doen een stap naar voren en opzij en richten zich daarna met het gezicht naar de buitenkring. De kinderen in de buitenkring krijgen een stencil waarop 20 spreekwoorden staan. De kinderen uit de binnenkring krijgen een stencil waarop in willekeurige volgorde 20 bijpassende betekenissen staan. ‘In een vorige taalles hebben we met spreekwoorden en betekenissen geoefend,’ vertelt de leerkracht. ‘Daarna heb je dat goed moeten leren. Nu kun je in de kring eens bekijken welke spreekwoorden je al goed kent en welke misschien nog niet. De kinderen met nummer 1 lezen een spreekwoord voor en de kinderen met nummer twee geven de betekenis. Daarna leest de nummer 2 een betekenis op en de nummer 1 geeft het bijpassende spreekwoord’, zo legt de leerkracht uit. ‘Op mijn teken (handgeklap) draaien de nummers 1 in de binnenkring twee plaatsen naar rechts’. Deze leerkracht heeft gekozen voor een kleine variant. In plaats van vragenkaartjes heeft ze een stencil gemaakt van vragen en antwoorden. Ze heeft het doel van deze werkvorm aan de kinderen duidelijk gemaakt. Het gaat om beheersingsleren.  Spreekwoorden  die eerder in een taalles aan de orde zijn geweest worden door de kinderen geoefend. Alle kinderen zijn op hetzelfde moment heel actief samen bezig. De betrokkenheid is zeer groot en in een korte tijd zijn alle kinderen intensief met de leerstof bezig geweest.
 
Mix tweetal gesprek
 
beschrijving
Alle leerlingen staan op en verspreiden zich op verzoek van de leerkracht door de ruimte. Het is de bedoeling dat ze onafhankelijk van elkaar rondlopen en niet met vriendje of vriendinnetje. Op een gegeven moment roept de leerkracht ’sta stil’! De leerlingen vormen een tweetal met degene die het dichtst bij hun staat. Leerlingen die nog geen partner hebben steken hun hand omhoog. Deze leerlingen zoeken elkaar op en vormen alsnog een tweetal.  
De leerkracht stelt een vraag of geeft een opdracht en bedenktijd. Tweetallen wisselen hun antwoorden uit. De opdracht kan verder gestructureerd worden door de werkvorm “om de beurt”. Iedere leerling krijgt een minuut om zijn antwoorden uit te wisselen.
 
kortom
·         leerlingen lopen rond
·         leerkracht geeft “sta stil” signaal.
·         Leerlingen vorm duo’s
·         leerkracht stelt een vraag
·         leerlingen gebruiken denktijd
·         leerlingen wisselen antwoorden uit.
 
Praktijkvoorbeeld
In groep 7C krijgen de kinderen een tekst voor begrijpend lezen aangeboden. De tekst gaat over dromen. Om de voorkennis van kinderen te activeren past de leerkracht de didactische structuur mix tweetal gesprek toe. De leerkracht vertelt aan de kinderen dat ze straks een tekst gaan lezen en vragen gaan beantwoorden. ‘Aan het begin van zo’n tekst staat vaak de vraag; “Wat weet je er zelf al van’’,vertelt de leerkracht. ‘Deze keer gaan we die vraag in een mix tweetal gesprek met elkaar bespreken. Zo meteen gaan jullie rondlopen in het lokaal. Ik zet de muziek aan en als de muziek stopt vorm je een tweetal met degene die het dichtst bij je staat. Dan vertel je aan je maatje je leukste of meest vervelende droom. Je maatje vat even kort samen wat jij hebt gezegd en dan worden de rollen omgekeerd. Het maatje vertelt aan jou zijn of haar droom.’ De leerkracht zet  muziek aan om het lopen te structureren. Zodra de muziek stopt vormen kinderen tweetallen en wisselen met elkaar hun droomervaringen uit. Zo worden er drie rondes gedaan. De leerkracht laar enkele leerlingen weergeven wat er is verteld. Aan het hand van het directe instructiemodel wordt de begrijpend leesles vervolgd.
 

Tweegesprek op tijd

 
beschrijving
Leerlingen werken in tweetallen Ze vertellen gedurende een tevoren vastgestelde tijd iets over een onderwerp, terwijl de partner luistert. Daarna worden de rollen omgedraaid.
 
Kortom
·         leerkracht bepaalt een onderwerp en geeft aan hoeveel tijd er is.
·         leerkracht geeft denktijd
·         leerling A vertelt en B luistert en vat samen.
·         leerkracht geeft signaal dat de spreektijd voorbij is.
·         leerlingen wisselen van rol.
·         leerkracht wijst een leerling aan die het antwoord geeft.
 
Praktijkvoorbeeld
In groep 4 hebben de kinderen verkeersles. Op een “praatplaat” in de verkeersmethode staan onveilige verkeerssituaties afgebeeld. De tafeltjes van de leerlingen staan opgesteld in groepjes van vier. Leerlingen die naast elkaar zitten vormen “schoudermaatjes” en leerlingen die tegen over elkaar zitten vormen “oogmaatjes”. Alle kinderen gaan nu werken met hun schoudermaatje. De leerkracht legt uit dat de nummers 1 en 3 hun verkeersboek pakken. Per tweetal is er dus één boek op tafel. ‘Met je schoudermaatje ga je bekijken welke dingen die niet veilig zijn in het verkeer. De nummers 1 en 3 beginnen. De tijd is voorbij als je de trompetten hoort. (Op de computer is door de ICT leerkracht van de school een tijdklokje gezet. Als de ingestelde tijd voorbij is klinkt er trompetgeschal). 
‘De nummers 2 en 4  vertellen kort wat ze hebben gehoord aan hun schoudermaatje. Daarna wisselen we en gaan de nummers 2 en 4 een aantal dingen vertellen die ze op de plaat zien en die onveilig zijn in het verkeer’. De kinderen met nummer 1 en 3 pakken op het teken van de leerkracht hun verkeersboeken en zoeken de goede bladzijde op. De leerkracht start op de computer een tijdklokje dat groot in beeld verschijnt. De leerkracht stelt de tijd in. De klok loopt. Alle kinderen met nummer 1 en 3 vertellen aan hun maatje de onveilige verkeerssituaties die ze ontdekken. Na drie minuten klinkt het geluid van trompetten en zien de leerlingen de klok op 00.00 staan. De nummers 2 en 4 vertellen nu kort aan de schoudermaatjes wat ze hebben gehoord. Dan geeft de leerkracht het startteken en de nummers 2 en 4 starten met vertellen. De klok wordt weer ingesteld op drie minuten. Tijdens deze verkeersles is de coöperatieve werkvorm “tweegesprek op tijd’ geïntegreerd in het directe instructiemodel. In de fase van oriëntatie zien we hier dat kinderen gezamenlijk zich actief oriënteren op het onderwerp van de verkeersles. In plaats van maar enkele kinderen het woord te geven, zorgt deze leerkracht voor een grote actieve deelname van alle leerlingen en een hoge mate van betrokkenheid.
 

Tweetal coach

 
beschrijving
In tweetallen werken de kinderen om de beurt schriftelijk aan een antwoord op een vraag of oplossing van een probleem. Leerling1 geeft antwoord en leerling 2 observeert en bevestigt of coacht. De leerkracht wijst aan welke leerlingen samenwerken en licht de werkwijze en opdracht toe. Leerlingen werken in tweetallen. Om de beurt maken de leerlingen een opgave terwijl de andere leerling (de helper) observeert en indien nodig hulp verleent. Het is belangrijk dat de leerling die de opdracht maakt hardop denkt zodat de helper weet op welke manier hij de opdracht aanpakt. Als de opdracht goed is geeft de helper een compliment, indien het niet goed is helpt hij. De leerkracht vraagt na afloop van de oefening enkele tweetallen naar de manier van samenwerking en het maken van de opdracht. 
De leerkracht kan ervoor kiezen de antwoorden daarna klassikaal na te bespreken of de werkbladen van de duo”s daarna zelf te corrigeren.
 
Kortom
·         leerkracht stelt een vraag of geeft een opdracht waar slechts een antwoord op mogelijk is.
·         leerling A denkt hardop na en geeft antwoord, leerling B coacht observeert geeft feedback,
·         leerlingen wisselen van rol
·         na afloop evalueert de leerkracht met enkele duo’s over inhoud en werkwijze.
 
Praktijkvoorbeeld
In een groep 8 krijgen de leerlingen in een rekenles de opdracht zoveel mogelijk driehoeken te ontdekken in een tekening. Er zijn in totaal 16 driehoeken te vinden. ‘Je gaat werken met je schoudermaatje’, zo geeft de leerkracht aan. Voor in de klas hangt een poster waarop de verschillen stappen van “tweetal” coach staan.
De leerkracht neemt met de kinderen deze aanwijzingen ter herinnering kort door. Dan legt hij de opdracht uit. ‘Jullie krijgen per tweetal een stencil met daarop een tekening die in driehoeken is verdeeld. Hoeveel driehoeken kunnen jullie vinden? Kijk goed naar de letters in tekening. Die letters heb je nodig om de driehoeken die je ontdekt te kunnen noteren’. De leerkracht nodigt één van de leerlingen uit om een voorbeeld te geven. ‘Om de beurt probeer je een driehoek te vinden en je noteert de letters van die driehoek op het werkblad als jullie het samen eens zijn. Als je aan de beurt bent om een driehoek te zoeken kijkt je schoudermaatje mee en die mag aanwijzingen geven als er hulp nodig is. Degene die van jullie tweeën het langste is mag beginnen’. Enthousiast staan de kinderen op om zich met elkaar te meten. In een enkel geval moet de leerkracht even het verlossende woord spreken. Al heel snel zijn ze in tweetallen intensief aan de slag. Ieder tweetal heeft één stencil waarop de tekening met de driehoeken staat. Tekens hoor je leerlingen de driehoeken hardop tegen hun maatjes vertellen, terwijl deze bevestigt en soms helpt. Na ongeveer 10 minuten vraagt de leerkracht aan de tweetallen hoeveel driehoeken ze hebben gevonden. Ook komt de zoekstrategie die de kinderen hebben gehanteerd ter sprake.
In deze les blijkt “tweetal coach” een prima vorm te zijn om leerlingen binnen het directe instructiemodel actief te laten oefenen met de leerstof. De interactie tussen leerlingen is volop aanwezig door de aangeboden structuur. Tevens wordt een aantal sociale vaardigheden geoefend zoals, coachen, compliment geven/ontvangen, op je beurt wacht, echt luisteren en elkaar corrigeren.

 

Zoek de valse

 
beschrijving
Vier leerlingen die gezamenlijk in een team zitten, schrijven ieder afzonderlijk drie stellingen op. Twee ervan kloppen, de andere niet. Een leerling van ieder team staat op en leest zijn stellingen voor. Zonder met anderen te overleggen schrijft elk teamlid een stelling op die niet waar is. De teamleden overleggen en komen tot overeenstemming welke stelling niet waar is.
Zij vertellen de onjuiste stelling. De leerling die de stelling inbracht geeft aan welke stelling de onjuiste was. Als het team het goed geraden heeft, klapt de inbrenger van de stelling voor het team. Indien het team het niet goed heeft geraden, klapt het team voor de inbrenger.
 
Kortom
·         leerlingen schrijven stellingen op waaronder een valse.
·         leerlingen lezen de stellingen voor.
·         leerlingen noteren welke stelling onjuist is.
·         leerlingen geven een teamantwoord.
·         de leerling die de stelling heeft ingebracht reageert.
 
 
Praktijkvoorbeeld
In een groep 5 vertelt de leerkracht dat ze deze keer na het weekend iets anders gaan doen dan het gebruikelijke kringgesprek. ‘Na het weekend willen jullie altijd graag vertellen wat je hebt gedaan. Deze keer doen we dat eens door het spel “Zoek de valse” te spelen’. De kinderen reageren enthousiast. Ze kennen de werkvorm. Voor het bord hangt een poster met daarop de stappen van de werkvorm  “Zoek de valse”.  ‘Schrijf drie dingen op die je in het weekend hebt gedaan’,  zegt de leerkracht. ‘Één ervan is niet waar. Als je aan de beurt bent om jouw drie stellingen op te lezen, ga je staan. De anderen uit jouw groepje luisteren goed en schrijven het nummer van de stelling op die niet waar is. Dan overleggen ze om gezamenlijk één antwoord te geven.
Als ze het goed geraden hebben, klapt degene die de stelling heeft voorgelezen. Als ze het fout hebben klappen de kinderen die moesten kiezen’. De groepjes gaan op teken van de leerkracht aan de slag. Het tijdklokje op de computer wordt op een minuut ingesteld om de stellingen te noteren. Als de minuut voorbij is, geeft de leerkracht aan dat alle nummers 3 van ieder groepje gaan starten met voorlezen. Er ontstaat al snel een levendig geheel van lezende en lachende kinderen die ook serieus overleggen om tot een teamantwoord te komen. Regelmatig klinkt applaus.  “Zoek de valse” is een structuur die goed kan worden gebruikt om te bevorderen dat kinderen elkaar beter leren kennen, naar elkaar luisteren en waardering opbrengen voor elkaar. Zoals de leerkracht de werkvorm hier inzette, bereikte hij dat kinderen  hun ervaringen, opgedaan in het weekend, konden uitwisselen op een speelse en afwisselende manier.

 

Tafelrondje per tweetal

 
beschrijving
Bij tafelrondje per tweetal of tafelrondje per team leveren de leerlingen om beurten een schriftelijke bijdrage. Gewoonlijk is er 1 pen en 1 stuk papier. De pen en papier gaan letterlijk de tafel rond. Een leerling levert zijn bijdrage en geeft pen en papier door aan de leerling links van hem. Bij tweetallen introduceren we schoudermaatje of oogmaatje. De leerkracht vraagt ter evaluatie naar de gevonden antwoorden van enkele koppels.
 
Kortom:
·         Leerkracht geeft opdracht of vraag waarop meerder antwoorden mogelijk zijn.
·         Leerlingen werken in tweetallen en schrijven om de beurt een antwoord op.
 
Praktijkvoorbeeld
In een groep 6 staat een rekenles op het programma. Het onderwerp van de rekenles is meten.
Als oriëntatie op het onderwerp moeten de kinderen allerlei voorwerpen noemen die langer zijn dan een centimeter zijn, langer zijn dan een decimeter en langer zijn dan een meter.
De leerkracht zet de werkvorm “tafelrondje per tweetal” in. Elk tweetal werkt met één blaadje en met één pen. De werkvorm is heel bekend voor de leerlingen. Het blad wordt op aanwijzing van de leerkracht gevouwen zodat er drie kolommen ontstaan, <cm ,<dm, <m.
De leerkracht geeft als extra instructie mee dat alle voorwerpen die worden opgeschreven zichtbaar moeten zijn in het lokaal zodat een controle kan plaatsvinden. Als snel zijn de tweetallen intensief bezig. Het is stil in het lokaal. Er wordt bij deze werkvorm niet gesproken. De pennen en blaadjes wisselen vlot van de één naar de ander. Na ongeveer 5 minuten geeft de leerkracht het teken om te stoppen. Dan worden de blaadjes uitgewisseld met het tweetal dat er tegenover zit. Als zij twijfelen over een gegeven antwoord zetten ze daar een vraagteken bij. Na enkele minuten vraagt de leerkracht de voorwerpen te noemen waarbij vraagtekens zijn geplaatst. Indien nodig wordt gezamenlijk een controle uitgevoerd door het voorwerp daadwerkelijk te meten.
 
Mix en koppel
 
beschrijving
Leerlingen lopen met een kaartje waarop tekst of een afbeelding staat door het lokaal. Ze ruilen steeds hun kaartje met elkaar tijdens het lopen. Zodra de leerkracht een stopteken geeft, staan de leerlingen stil en ruilen geen kaartjes meer. Als de leerkracht “koppelen” roept gaan de leerlingen op zoek naar iemand die een corresponderend kaartje bezit. Samen vormen ze dan een koppel en gaan naar een afgesproken plaats in het lokaal.
 
Kortom:
·         Leerlingen lopen met een kaartje door de klas.    
·         Leerkracht geeft stopteken en roept koppelen
·         Leerlingen vormen koppels
 
Praktijkvoorbeeld
In een groep 5 heeft is een projecttaak rekenen vanuit de methode “Wereld in getallen” aan de orde. In deze taak staat de plattegrond centraal. De leerlingen moeten vanuit een plattegrond een ruimtelijk bouwsel kunnen maken en vanuit een ruimtelijk bouwsel een plattegrond kunnen tekenen. In de klas hebben de kinderen met blokken allerlei bouwsels gemaakt en plattegronden getekend. Na deze concrete ervaringen is de leerkracht benieuwd of de kinderen op een wat hoger abstractieniveau  plattegronden en bouwsels die bij elkaar horen ook bij elkaar kunnen plaatsen. De leerkracht heeft kaartjes gemaakt. Op helft van de kaartjes staan plattegronden getekend, op de andere helft van de kaartjes staan bouwsels getekend. De leerkracht vertelt aan de leerlingen dat ze Mix en Koppel gaan doen. De helft van de leerlingen krijgt een tekening van een ruimtelijk bouwsel. De andere helft van de leerlingen krijgt een tekening van een plattegrond. Als een bouwsel bij een plattegrond past, vormen beide leerlingen een tweetal’, zo legt de leerkracht uit. ‘Zodra je iemand hebt gevonden waarmee je een koppel vormt, ga je voor het bord staan, zodat duidelijk wordt welk tweetal al klaar is en welke leerlingen nog op zoek zijn’. De kaartjes worden willekeurig uitgedeeld en op teken van de leerkracht staan de leerlingen op en verspreiden zich door het lokaal. Telkens wisselen ze de kaartjes met elkaar. Na het stopteken van de leerkracht staan ze stil en op het commando “koppel”  wandelen de leerlingen door de klas en vergelijken de kaartjes met elkaar. De eerste tweetallen stellen zich op voor het bord en al snel volgen er meer totdat alle koppels gevormd zijn. Daarna volgt een nieuwe ronde.
 
Het schooljaar is bijna ten einde.
Houd de nieuwsbrief en uw mailbox in de gaten.
Veel informatie wordt via e-mail verstuurd.

Kalender 2012-2013

kal1213